Spelregels kanopolo

Spelregels kanopolo

Een team: een team bestaat uit minimaal 5 en maximaal 8 spelers, waarvan er maximaal 5 in het veld zijn. Er mag constant gewisseld worden. Als er gewisseld wordt moet de wisselende speler helemaal over de eigen achterlijn zijn (inclusief boot) voordat de vervangende speler het veld mag betreden.

Het veld: een veld is 23 bij 35 meter. De bal moet binnen het veld gespeeld worden.

Als de bal het veld verlaat is de ingooi voor de tegenstander van diegeen die het laatst de bal aangeraakt heeft.

Een goal: is gemaakt indien de bal in het doel terecht komt en de scheidrechter de goal goedkeurt. Een keeper mag de bal uit het doel proberen te houden door zijn peddel in de lucht te steken om de bal tegen te houden.

Om reden van sportiviteit en veiligheid kent kanopolo diverse extra spelregels. De scheidsrechter heeft in die gevallen de keuze om een penalty, een corner of een vrije bal te geven:

Ongeoorloofd peddel gebruik:

–         een tegenstander met de peddel raken, of anders sinds opzettelijk hinderen,

–         de peddel gebruiken om de bal te raken als de bal in de handen of binnen handbereik is van een andere speler

–         met de peddel over een boot heen de bal willen spelen.

Ongeoorloofd bal bezit:

–         de bal langer dan 5 seconden in bezit hebben; een bal moet binnen 5 sec verder gespeeld worden of meer dan 1 meter van de speler geplaatst worden

–         de bal mag niet op het spatzeil worden gelegd.

Ongeoorloofd aanvallend spel met de hand:

–         elke aanval met de hand als de aangevallen speler niet in balbezit is

–         elk ander lichamelijk contact anders dan de open hand tegen de rug, de bovenarm of de zijkant bij balbezit

–         elke aanval met de hand die de aangevallen speler in gevaar brengt

–         een aangevallen speler mag zich niet verdedigen met hand of onderarm of elleboog in de richting van de aanvaller

–         de ander omduwen zonder balbezit

Ongeoorloofd aanvallend spel met de kajak:

–         elke aanval met de kajak waarbij het lichaam van de tegenstander wordt geraakt

–         bij een geoorloofde aanval op het spatzeil van de andere speler blijven liggen

–         een tegenstander aanvallen die zich niet binnen 3 meter van de bal bevindt

–         een tegenstander aanvallen die niet strijdt voor de bal

–         elke ruwe aanval op de zijkant van de kajak in een hoek tussen de 80 en 100 graden

* wanneer 2 kajaks op elkaar zitten en geen van beide speler nog balbezit heeft mogen zij op een gecontroleerde manier de kajaks “los” maken.

Ongeoorloofd hinderen:

Hinderen = mbv. de kajak een tegenstander belemmeren voort te gaan.

–         de tegenstander hinderen naar de bal te gaan wanneer de tegenstander zich niet binnen 3 meter van de bal bevindt

–         een tegenstander hinderen die niet in balbezit is of niet binnen 3 meter van de bal is en niet de speler is die er het dichtstebij is of niet strijd voor de bal.

Ongeoorloofd vasthouden:

–         de tegenstander vasthouden met hand, arm of peddel op de kajak of deze gebruiken voor voortstuwing, ondersteuning of verplaatsing

–         voor voortstuwing, ondersteuning of verplaatsing gebruik maken van veldtoebehoren.